Waarom we minder zouden moeten vertrouwen op de wetenschap

27 juni 2022 | Lancering De Nieuwe Denktank | Nieuwspoort Den Haag

Bijdrage uitgesproken door Rosanne Hertzberger

Ik houd van debat. Als kind debatteerde ik tegen mijn ouders, als scholier deed ik mee aan debattoernooien en als student ging ik naar Oxford en Cambridge om van de besten te leren. Hier in Den Haag zouden wij ons in het walhalla van Nederlands debat moeten bevinden.

Maar het debat wordt hier steeds vaker onmogelijk of irrelevant gemaakt omdat partijen worden geconfronteerd met voldongen feiten. Je kunt erover debatteren tot je een ons weegt, maar de bestuurders van dit land zeggen schouderophalend dat het nu eenmaal zo is: ‘we moeten het ermee doen.’

De voldongen feiten komen uit Brussel, of van de rechter, maar ook vaak van wetenschappelijke instituten.

Methode vs instituut

Wetenschap is een methode, dames en heren. Het is een krachtige methode om signaal van ruis te kunnen onderscheiden. Om te begrijpen hoe onze wereld in elkaar zit en onderzoek te doen naar onze natuur. Ik ken niets mooiers dan het bestuderen van de chemie van het leven, van de fundamenten onder ons bestaan. Het is een methode die prachtige oplossingen oplevert: geneesmiddelen, betere behandelmethodes, vaccins. Of het signaleert urgente problemen: het klimaat verandert, de zeespiegel stijgt, soorten sterven uit.

De methode is krachtig, maar ligt in handen van een gelovend, irrationeel tot in de tenen ideologisch dier: Homo sapiens.

En er zit behoorlijk wat ruimte tussen wetenschap als methode en wetenschap als instituut. Het instituut – ‘de wetenschap’ –  is een groep mensen met een eigen cultuur, een eigen internationale gemeenschap, met een geheel eigen soms onnavolgbare manier van communiceren, met een eigen hiërarchie, tradities, ceremonies, dogma’s en heiligdommen die vereerd dienen te worden. Bezoek de gemiddelde academische promotie, met al het uiterlijk vertoond, de gewaden, de toverspreuken, de staf met belletjes en het Hora est en je ziet waar de universiteit haar oorsprong vindt: in de kerk.

Wetenschap als methode heeft ons steeds weer met nieuwe inzichten geconfronteerd waardoor we soms ons wereldbeeld moesten bijstellen. Maar ‘de wetenschap’, de academische gemeenschap had vaak moeite met het afscheid nemen van dogma’s. Science dies one funeral at a time.

Replicatiecrisis

We zien ook dat de wetenschap niet bepaald feilloos is: de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat er met regelmaat grote fouten zitten in de producten van wetenschappelijk onderzoek. We spreken zelfs van een replicatiecrisis. Voorbeelden te over. De sociale psychologie moest toegeven dat de experimenten die tekstboekkennis over priming en egodepletie opleverden, niet altijd reproduceerbaar waren wanneer ze herhaald werden door andere labs.

In de genetica schreef men honderden papers bij elkaar over het 5-HTTLPR genotype dat het verschil verklaart waarom de één wel depressief wordt na heftige levensgebeurtenissen en de ander niet. Tot het moment dat in een definitieve studie werd bewezen dat het gen er niets mee te maken had.

In het preklinisch kankeronderzoek – een van de hoogst aangeschreven vakgebieden – bleek in een grote repliceerbaarheidspoging een heel aantal Cell, Nature, en Science papers niet bepaald betrouwbare of robuuste effecten te beschrijven. Dit voornamelijk omdat proefdieronderzoek en weefselkweek telkens nogal gammele en bewerkelijke methodes blijken te zijn. De experimentele resultaten houden stand in de micro-omgeving van de experimentele opzet, in de parallelle werkelijkheid van één labje. Maar zodra je het probeert te extrapoleren naar een ander labje dan stort het als een kaartenhuis in elkaar. Laat staan als je het probeert de extrapoleren naar de mens, of de patiënt.

Het was de farmaceutische industrie die hier allereerst over begon te klagen. Ze konden de wetenschappelijke resultaten niet gebruiken ook al waren ze in de wetenschappelijke literatuur met het allerhoogste aanzien gepubliceerd, want ze konden gewoon niet herhaald worden.

De vraag is hoe goed we kunnen leunen op complexe modellen die worden gevoed met data uit experimenten, waarbij achter de schermen continu beslissingen worden genomen over wat rechtvaardig of nastrevenswaardig is en welke belangenafweging er moet worden gemaakt.

Laatste autoriteit

Ik schreef hier in 2018 een boekje over, het Grote Niets. Een titel die de enorme leegte van onze tijd moet weergeven waarin wij allen op zoek zijn naar houvast en autoriteit – en die steeds minder vinden in een ideologie, een overtuiging of een geloof, maar in de wetenschap.

Wetenschap is één van de laatste echte autoriteiten die de moderne mens accepteert. De afgelopen decennia verloor de Nederlandse burger zijn vertrouwen in ongeveer elk instituut dat van oudsher enige autoriteit uitoefende: de pers, de politie, het parlement, de ambtenarij, de rechtspraak en – niet te vergeten – de kerk. We verlieten massaal onze geloofsgemeenschappen en sinds 2018 zijn in Nederland de mensen die zichzelf tot een religieuze stroming rekenen in de minderheid. Dat is voor het eerst. En wat is ervoor in de plaats gekomen? Wie laten we nu bepalen wat waar, goed, of verstandig is? Voor een groeiende groep mensen is dat de wetenschap.

Net als alle generaties die ons voorgingen hebben we nog steeds ‘waarom’-vragen, maar geen God, geloof of ideologie meer die die geloofwaardig voor ons kan beantwoorden. Wetenschap moet die lacune opvullen.

Kneedbare wetenschap

De wetenschap is krachtig gereedschap maar het ligt in de hand van een wezen dat nog steeds buitengewoon irrationeel is. De methode is ook kwetsbaar en flexibel en kan eenvoudig misbruikt worden. Je kunt resultaten uit bewerkelijke experimenten inzetten om jouw gelijk te bewijzen. Van je bedrijf, je politieke partij of gewoon van jou als individu. Je kunt met behulp van slecht gecontroleerde misleidende studies jouw nogal irrationele overtuigingen, je hobby of je leefwijze tot wetenschappelijk verantwoord verklaren.

Er zijn allerlei wetenschappelijke knoppen waar je aan kunt draaien. Te beginnen bij de vraagstelling. Neem bijvoorbeeld Coca Cola. Die subsidieerde onderzoek naar de effecten van beweging op de gezondheid. Bevindingen? Beweging is erg goed voor de gezondheid. Minder cola drinken is ook goed voor de gezondheid, maar dat komt niet uit het onderzoek want dat was de vraag niet. Die was zo ingericht dat Coca Cola er sowieso niet negatief uit naar voren kon komen.

Vroeger konden kerkgangers vechten over de bedoeling van God en de interpretaties van tekst. God was een nogal kneedbare autoriteit en de Bijbel een uiterst buigzame bron waarmee je zowel liefde als haat kon onderbouwen, oorlog en vrede. Wetenschap verschilt daar nauwelijks in. Ook wetenschap is heerlijk kneedbaar en kun je van alles in de mond leggen.

Experiment vervangt debat

De politiek maakt ook steeds meer misbruik van de flexibiliteit van wetenschap en de geloofwaardigheid die zij geeft. Debatten die wij vroeger op basis van ideologie voerden, worden nu een banaal gevecht van wie elkaar het hardst met rapporten en cijfers om de oren kan slaan. Eén van de meest fundamentele aspecten van de staat, hoe wij het onderwijs inrichten, wat onze kinderen moeten leren en hoe, moet nu steeds vaker evidence based zijn. Niet mensen maar de wetenschap bepaalt wat goede lessen zijn om onze kinderen te leren.

Of neem het universeel basisinkomen. Het wordt betoogd door een waaier aan verschillende denkers en schrijvers. Hoe gaan die mensen te werk? Richten ze politieke partijen op? Voeren ze campagne? Nee. De politiek is niet het vehikel waarmee je dit soort dingen propageert. De wetenschap heb je ervoor nodig. Net als elk ander ideologisch gedreven groep, gebruiken moderne socialisten de taal, methodes, systemen en instituten van de wetenschap.

Dus gaan we niet debatteren maar experimenteren. Er zijn nu wereldwijd een handvol experimenten met het basisinkomen uitgevoerd om te bewijzen dat het basisinkomen inderdaad net zo goed en rechtvaardig en belangrijk is als ze al dachten dat het was. We stoppen de arme stakkers van de wereld in virtuele kooitjes als een soort proefdieren. Je geeft ze specifieke inputsignalen, bepaalde prikkels en observeert hun gedrag. Je meet wat geld doet met hun cortisol, met hun vruchtbaarheid, hun cognitie, hun geheugen. Welk economisch gedrag laten ze zien? Hoe snel kunnen ze cijfertjes aantikken op een scherm? Zijn ze productiever? Rennen ze harder in hun wieltje dan de controlegroep? Of gaan ze lethargisch in een hoekje zitten om zichzelf vol te vreten?

Essentiële informatie. Want dan hoef je niet zomaar te zeggen: ik vind dit een goed idee, dit is rechtvaardig en moreel juist. Nee, dan kun je zeggen: dit is evidence based, de wetenschap staat pontificaal achter mij!

Wetenschapsverheerlijking

De wetenschapsverheerlijking sijpelt aan alle kant het politieke debat in. Het is niet voor niets dat twee ministers, zonder dat er eigenlijk iets bekend is over hun politieke overtuiging behalve dat ze bij D66 hoorden, uit de wetenschap werden losgeweekt. Ik heb het natuurlijk over de ministers van OCW en van VWS, Robbert Dijkgraaf en Ernst Kuipers.

En toch zie ik ideologische en zelfs levensbeschouwelijke trekken bij bijvoorbeeld Robbert Dijkgraaf. Wie zijn lezing aan de Universiteit Leiden terugleest proeft de bijna religieuze benadering van wetenschap. Hij zegt: ‘kennis klopt op de deur, maar mensen doen liever niet open.’ 

Toen ik het hoorde dacht ik: dit komt mij vreselijk bekend voor. En ja hoor: Openbaring 3:20 “Ik sta aan de deur en klop aan. Als iemand naar mij luistert en de deur opendoet, zal ik bij hem binnen komen.”

“Ik sta voor wetenschappelijke feiten en degenen die ze verkondigen’ schreef Dijkgraaf op Twitter, als een soort geloofsbelijdenis. Het bericht was bedoeld ter motivatie van de oprichting van een nieuw nationaal centrum voor de zending, pardon, communicatie van wetenschap.

Ook uit de lezing: ‘wetenschap is de meest beproefde weg naar de waarheid. En dat is eigenlijk de enige en allerbeste reden om haar boodschap te accepteren.’

De meest beproefde weg tot de waarheid, echt? Voor een groot deel van de Nederlanders is de meest beproefde weg tot de waarheid nog steeds te vinden in de Bijbel en in de kerk. Zijn zij wappies, minister?

Terug naar het debat

Het probleem met die verwetenschappelijking van politiek is dat wie er een andere mening op na houdt direct van ‘wetenschapsontkennen’ kan worden beschuldigd. Wanneer wetenschap de enige overgebleven autoriteit is, is er geen ernstiger verwijt denkbaar. U bent gediskwalificeerd, u bent af.

Ik wil terug naar de tijd van debat. Waarin we het met elkaar oneens kunnen zijn. Omdat de een links is en de ander rechts, de een conservatief en de ander progressief. De een seculier, de ander gelovig.

We zien nu een generatie schrijvers, politici, denkers en wetenschappers die ervan overtuigd is dat het debat geen kwestie is van het beleefd met elkaar oneens zijn. Nee, volgens hen baseert de ene groep zich op feiten, de andere op fabels. De ene op nieuws, de andere op nepnieuws. Is de ene wetenschappelijk is, de andere irrationeel, emotioneel en een aanhanger van complotten.

Ik wil terug naar een tijd waarin de wetenschap haar werk doet en de politiek het hare. De wetenschap geeft cijfers en signaleert, onafhankelijk en betrouwbaar. Het is eigenlijk onacceptabel dat het RIVM nog steeds integraal onderdeel is van het ministerie van VWS. En we hebben gezien wat die te grote verwevenheid voor schade aanricht. Ambtenaren van VWS die letterlijk tekst in de notulen van het OMT schreven. Het is schadelijk voor zowel VWS als voor het imago van de wetenschap.

De wetenschap moet haar plek kennen, en bestuurders en politici moeten haar actief terug uit het politieke speelveld, richting de zijlijn duwen. Zij kunnen getallen gebruiken om zich te informeren, maar wat zij ermee doet is een kwestie van bestuur en van politiek.

Ik denk dat De Nieuwe Denktank een belangrijke stap in die richting kan betekenen.

Rosanne Hertzberger, 27 juni 2022

 

1 gedachte over “Waarom we minder zouden moeten vertrouwen op de wetenschap”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.