Stikstofrapport
23 oktober 2025: Het derde DND- stikstofrapport
Naar Beter Natuurbeheer
In opdracht van het Wetenschappelijk Bureau NSC maakte De Nieuwe Denktank een ontwerp voor een nieuw natuurbeheerbeleid en een nieuw stelsel voor het verlenen van natuurvergunningen.
Eerder concludeerden we al dat de problemen waar wij in Nederland, vrijwel als enige in Europa, mee te maken hebben, niet zozeer het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden in de natuur of economie.
In de eerste plaats zijn zij het gevolg van een niet functionerend stelsel dat uitgaat van de verkeerde, onwerkbare uitgangspunten en dus ook nooit gaat werken, hoeveel geld en moeite we er ook in stoppen. Een nieuw stelsel is dus onontkoombaar.
Het 3e rapport in het kort
De Nederlandse samenleving zit al vanaf 2019 achter een stikstofslot. Activiteiten waarbij volgens modelberekeningen minimale hoeveelheden stikstof op beschermde natuurgebieden neerkomen, krijgen geen vergunning. Als gevolg hiervan blijft de woningnood voortduren, vertraagt de verduurzaming van de economie en blijven noodzakelijke investeringen in onze infrastructuur achter.
De grondoorzaak van het probleem is de gebrekkige vertaling van de EU-Habitatrichtlijn naar Nederlandse regelgeving. Het Nederlandse kader maakt namelijk van de Kritische Depositiewaarde (KDW) een harde norm, terwijl het een risico-indicator is voor de drukfactor stikstofneerslag op natuur. Nederland streeft hiermee praktisch naar een onhaalbaar nulrisico voor deze specifieke drukfactor. De hyperfocus op deze drukfactor verdringt alle andere relevante factoren, zowel in het beheer van de natuur als in de vergunningverlening.
De inzet van het kabinet-Schoof hinkt op twee gedachten. Enerzijds zet men in op betere natuurmonitoring en een verbreding naar beleid voor alle relevante drukfactoren. Ook zet men in op een ander en meer doelmatig vergunningenstelsel. Anderzijds blijft men hangen in het paradigma dat een algemene uitstootreductie, veel verdergaand dan wat Nederland in EU-verband heeft afgesproken, nodig is om de vergunningverlening weer op gang te krijgen. Reden voor het Wetenschappelijk Bureau voor Nieuw Sociaal Contract (WB-NSC) om De Nieuwe Denktank (DND) te vragen om een structurele oplossing voor de Nederlandse stikstofcrisis uit te denken.
Vanuit DND hebben we deze opdracht vormgegeven in twee delen. Bij beide delen is het leidende principe dat we terugvallen op de letter én geest van de EU-Habitatrichtlijn. DND baseert zijn oplossingen op analoge toepassingen van de Habitatrichtlijn in andere EU-landen en vergelijkingen met de regelgeving voor andere sectoren in Nederland. Het eerste deel van het rapport richt zich op een beter kader voor natuurbeheer. Het tweede deel richt zich op een beter vergunningenstelsel.
Het eerste deel van het rapport stelt een aanvulling voor op het Nederlandse kader voor natuurbeheer. Het voorbeeld is hoe Frankrijk dezelfde richtlijnverplichtingen heeft uitgewerkt in nationale regelgeving. Doel hiervan is het borgen van goed beheer van de beschermde natuur en het voorkomen van verslechtering ervan, zonder hyperfocus op stikstofdepositie en mét goede inbedding van natuurbeheer in de samenleving. Uiteraard blijft stikstofdepositie in beeld als één van de drukfactoren. De belangrijkste verbetervoorstellen zijn: 1) de rollenscheiding tussen bevoegd gezag, uitvoerder en toezichthouder vastleggen in de wet, 2) de verschillende stappen in de beheerscyclus vastleggen in de wet en 3) de verankering van natuurbeheer in de samenleving verbeteren.
Het tweede deel van het rapport stelt een wijziging voor van het Nederlandse vergunningenstelsel voor activiteiten die mogelijk significante gevolgen voor Natura 2000 gebieden hebben. Doel hiervan is het stelsel zo inrichten dat het op een doelmatige manier met de risico’s omgaat en meer rechtszekerheid biedt dan het huidige stelsel. Voor zo’n stelsel zijn drie goede voorbeelden voorhanden, de Franse en Duitse vergunningenstelsels onder de Habitatrichtlijn en het Nederlandse stelsel voor milieuvergunningen. Oprn van het voorstel is om te gaan werken met lijsten van vergunningplichtige activiteiten waarbij met name de grootte van de voorziene stikstofuitstoot en de afstand tot beschermde stikstofgevoelige natuur bepalen welke activiteiten op de vergunningplichtige lijst komen. Dit principe is ook toe te passen op andere drukfactoren dan stikstof.
Een dergelijk stelsel naar Frans voorbeeld zorgt voor een kenbaar en werkbaar onderscheid tussen activiteiten met een hoger risico enerzijds en een beperkt of verwaarloosbaar risico anderzijds. Kernvraag hierbij is of het type risico voor het natuurgebied op het niveau van de individuele vergunning goed te reguleren is. Activiteiten die, ook in samenhang met andere activiteiten, een laag risico vormen op significante gevolgen voor een natuurgebied en/of waarvan het (cumulatief) risico niet goed via individuele vergunningen te reguleren valt, worden vergunningvrij. Het sluitstuk van het stelsel zijn algemeen geldende maatregelen die ervoor zorgen dat ook vergunningvrije activiteiten bijdragen aan het beperken van de risico’s voor natuurgebieden.
Het afstappen van de hyperfocus op stikstof betekent niet dat stikstofemissie en -depositie geen aandacht meer behoeft. Stikstofdepositie blijft een grotendeels extern veroorzaakte drukfactor op stikstofgevoelige natuur. En hoewel niet de focus van dit rapport, blijft ook een gerichte reductie in de uitstoot van stikstofverbindingen aangewezen. Enerzijds om Europese luchtkwaliteitsdoelen te halen en anderzijds om gericht de concentraties van stikstofverbindingen in de lucht boven de stikstofgevoelige natuurgebieden te verlagen. De voorgestelde combinatie van maatregelen zal leiden tot een beter en transparanter natuurbeheer en tevens tot een vergunningenstelsel dat op doelmatige wijze met risico’s omgaat en meer rechtszekerheid biedt. De politiek is nu aan zet om Nederland van het stikstofslot te halen.
Het tweede DND - stikstofrapport
Verantwoord omgaan met onzekerheid
Een hogere drempelwaarde voor stikstof (naar Duits voorbeeld) in Nederland juridisch mogelijk – en nodig, omdat het stikstofmodel dat wij gebruiken om vergunningen te verlenen bij kleine hoeveelheden te weinig zegt over de werkelijkheid.
De inhoud van dit rapport sluit aan bij rechtspraak van het Europese Hof van Justitie, het Duitse Bundesverwaltungsgericht en de Raad van State. De in deze rechtspraak vereiste wetenschappelijke onderbouwing is eveneens bijgevoegd. Het biedt de opening voor de legalisering van PAS-melders en het op gang brengen van de vergunningverlening.
Het 2e rapport in het kort
- Een drempelwaarde voor stikstof (naar Duits voorbeeld) is juridisch mogelijk – en nodig in Nederland. Die drempelwaarde is nodig omdat het stikstofmodel dat wij gebruiken om vergunningen te verlenen te weinig zegt over de werkelijkheid als het gaat om kleine hoeveelheden.
- Op die uitkomsten mag je daarom je beslissing niet baseren om wel of niet een vergunning te verlenen. Met een drempelwaarde blijven deze nietszeggende uitkomsten buiten beschouwing.
- Pas je geen drempelwaarde toe, dan wordt je vergunningverlening een oneerlijke loterij. Het is alsof je verkeersboetes gaat uitdelen omdat je volgens het flitsapparaat 0,1 km/uur te hard rijdt, terwijl het flitsapparaat een onnauwkeurigheid heeft van meer dan 10 km/uur.
- Dit volgt ook uit de meest recente rechtspraak. Een stikstofmodel mag en kan je bij vergunningverlening alleen gebruiken voor zover de uitkomsten voldoende zeggen over de werkelijkheid, zo oordeelde de Raad van State op 5 april 2023 (uitspraak Tracébesluit A12/A15).
- In deze uitspraak ging het over een afstandsgrens: een stikstofmodel kan te weinig zeggen over waar stikstof neerkomt als dat verder dan 25 km is. Die modeluitkomsten mogen daarom buiten beschouwing worden gelaten bij het verlenen van vergunningen.
- Wat geldt voor grote afstand, geldt ook voor kleine hoeveelheden. Ook dan zegt een stikstofmodel niet voldoende meer. Een drempelwaarde is dan ook mogelijk, zo volgt uit deze uitspraak van de Raad van State .
- De Nieuwe Denktank heeft de onafhankelijke deskundige (hoogleraar University College London, voorheen PBL, RIVM en VU Amsterdam), wiens oordeel het fundament vormt van de A15-uitspraak, gevraagd om ook een expertoordeel te vormen hoe hoog die drempelwaarde zou moeten en mogen zijn.
- Zijn conclusie: het is wetenschappelijk niet te verantwoorden om kleine hoeveelheden onder de 1 mol een rol te laten spelen bij vergunningverlening. Dat betekent dat je een drempelwaarde kunt en moet hanteren, omdat je anders in een schijnwerkelijkheid opereert.
- Zijn conclusie: het is wetenschappelijk niet te verantwoorden om kleine hoeveelheden onder de 1 mol een rol te laten spelen bij vergunningverlening. Dat betekent dat je een drempelwaarde kunt en moet hanteren, omdat je anders in een schijnwerkelijkheid opereert.
- Zijn conclusie: het is wetenschappelijk niet te verantwoorden om kleine hoeveelheden onder de 1 mol een rol te laten spelen bij vergunningverlening. Dat betekent dat je een drempelwaarde kunt en moet hanteren, omdat je anders in een schijnwerkelijkheid opereert.
- Het gebruik van een drempelwaarde sluit aan bij de rechtspraak van de Raad van State en het Europese Hof van Justitie, de praktijk in andere EU-landen en de nieuwste wetenschappelijke inzichten.
Onderzoeksproject Stikstof
Lees ook de probleemanalyse
Het rapport ”Uit de stikstofcrisis: verantwoord omgaan met onzekerheid” is een vervolg van het eerder publiceerde rapport ‘Stikstof: Van technocratische tunnelvisie naar realistisch rentmeesterschap’. Dit rapport bevat een analyse van het Nederlandse stikstofbeleid. Het eerste exemplaar werd in Nieuwspoort in ontvangst genomen door Pieter Omtzigt en Leen Hordijk.
De Nieuwe Wereld TV vroeg de auteurs van het DND onderzoeksrapport om een toelichting. Bekijk hier het volledige interview (duur: +/- 50 min).
