Onder in de la – ‘Klem tussen balie en beleid’

Kwartiermakers, aanjaaggroepen, taskforces en overlegtafels: Nederlandse bestuurders zijn dol op rapportenfabrieken. Veel van deze doorwrochte stukken sterven in schoonheid, omdat ze onder in een letterlijke of spreekwoordelijke la belanden. In de rubriek ‘Onder in de la’ zet De Nieuwe Denktank een schijnwerper op rapporten en conclusies die toen én nu meer aandacht verdienen. Dit alles om te voorkomen dat ‘de kennis van nu’ veelal ‘de kennis van toen’ blijkt te zijn.

Dag na dag horen we dat het vertrouwen in de overheid, politiek en regering laag is en nog steeds daalt. Politici en beleidsmakers breken zich het hoofd over wat zij kunnen doen om dit vertrouwen te herstellen. In totaal werken er zelfs 936 communicatiemedewerkers aan het opvijzelen van het beeld dat burgers van overheid hebben. Hierbij wordt echter vaak over het hoofd gezien dat de meeste burgers weinig tijd en aandacht besteden aan parlement en politiek; hun contact met de overheid vindt vooral plaats aan de balies van uitvoeringsorganisaties. Wanneer deze niet naar behoren hun werk doen, hun kerntaak niet uitvoeren, zorgt dit voor een kras op het vertrouwen. Begin 2021 presenteerde de Tweede Kamer een rapport over het (niet) functioneren van uitvoeringsorganisaties.

In het rapport ‘Klem tussen Balie en Beleid’ onderzocht de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties wat er fout ging en hoe het beter kon bij organisaties zoals het CBR, het UWV en het COA. De commissie bestond uit Kamerleden die verschillende getuigen hoorden om tot het rapport te komen. Onder hen waren ministers, ambtenaren, directeuren en medewerkers van de verschillende uitvoeringsorganisaties. De conclusies in het rapport liggen nu al twee jaar stof te verzamelen. Dit is zonde omdat juist in de verbetering van de dienstverlening een belangrijke slag te maken is in het herstel van vertrouwen van burgers in de competentie van de overheid.

De Kamerleden concludeerden in ‘Klem tussen Balie en Beleid’ waarom het steeds fout blijft gaan bij de NVWA, het CIJB en de Belastingdienst. In de eerste plaats ontbreekt kennis en interesse bij de Tweede Kamer waar het gaat om de uitvoering van beleid. Dit komt onder meer doordat alle informatie over (problemen in) de uitvoering via het kabinet naar de parlementariërs gaat. Hierdoor krijgen zij een gekuist beeld van de werkelijkheid. Daarnaast lopen zowel uitvoeringsorganisaties als      burgers tegen complexe en rigide wetgeving aan. Dit maakt maatwerk bij schrijnende gevallen zo goed als onmogelijk. Verder hebben Tweede Kamer en kabinet de uitvoeringsorganisaties jarenlang verwaarloosd, zowel in aandacht als in goede bemensing en financiering.

De Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties is daarnaast ook met bruikbare oplossingen gekomen. Allereerst moet de informatiepositie van de Tweede Kamer worden verbeterd. Dit onder meer door direct contact tussen burgers en uitvoeringsorganisaties en de Tweede Kamerleden te organiseren. Zo kunnen problemen eerder worden opgemerkt en aangepakt. Daarnaast is het belangrijk het vertrouwen tussen de ministeries en de Tweede Kamer op peil te brengen. Problemen in de uitvoering vragen vooral om gerichte oplossingen, niet om politieke spelletjes over wie ‘de schuld’ krijgt van beleidsfalen. Tenslotte moet bij nieuwe wetgeving expliciet worden gekeken of deze wel uitvoerbaar is.

De conclusies en aanbevelingen zijn helder, maar hebben nog geen weerslag gevonden in de dagelijkse praktijk. Dat zal onder meer komen doordat van de zeven leden van de commissie er nog één Kamerlid is sinds de laatste verkiezingen. Deze braindrain mogen de partijleiders die de kieslijsten in elkaar zetten zichzelf aantrekken. Een voorbeeld hiervan is de nieuwe asielwet die gemeenten dwingt asielzoekers op te vangen. De Raad van State heeft grote vraagtekens gezet bij de uitvoerbaarheid, maar om de lieve vrede in de coalitie te bewaren is besloten die wettekst niet aan te passen naar aanleiding van de kritiekpunten. Het kabinet mag wel eens terug de la in duiken om ‘Klem tussen Balie en Beleid’ nog eens goed door te lezen.

Maar juist ook Tweede Kamerleden hebben een taak om met een andere manier van politiek bedrijven concrete problemen van burgers op te lossen. Dit vraagt om een herwaardering van ombudspolitiek, het behartigen van de belangen van burgers. Het motto moet niet worden ‘U vraagt, wij draaien’, maar de Tweede Kamer moet het lef hebben om zich breder te informeren. Het parlement gaat over haar eigen agenda, en zou vaker de bestuurders en medewerkers van uitvoeringsorganisaties uit moeten nodigen. Verder mogen parlementariërs zich best wat meer beleidsmedewerkers gunnen om uit de talloze e-mails van burgers de alarmsignalen over vastgelopen uitvoering te vissen. Het ‘tijdelijke’ van de commissie Uitvoeringsorganisaties mag vervallen, dan geeft de Kamer écht duidelijk aan waar haar prioriteit ligt.

1 gedachte over “Onder in de la – ‘Klem tussen balie en beleid’”

  1. Pierre Sommer

    Beleidsvorming en beleidsuitvoering moet je niet scheiden vanwege de onderlinge samenhang en wisselwerking; dan ontbreken de leereffecten. De afgelopen 40 jaar stonden overheden bloot aan de interne ideologische bedrijfsmatige gesel van het New Public Management met fenomenen zoals: loskoppelen van vorming en uitvoering van beleid, verzelfstandigen van organisatieonderdelen, outsourcen van taken (= inhuren van buitenstaanders), dienstenstructuren vervangen door matrixachtige concernmodellen, ambtenarencarrousels van 4 tot 6 jaar van voornamelijk leidinggevenden zonder binding met inhoud en organisatie, etc. etc. Dit werd een wereld op zich; een systeemwereld losgezongen van het vakkundig rechtmatig en doelmatig oppakken en beoordelen van bestaande en opkomende overheidstaken en daadwerkelijk uitvoeren ervan. Het toepassen van allerlei bedrijfskundige/bedrijfseconomische modellen op overheden is daarom fout omdat overheden nu eenmaal geen bedrijven zijn. Burgers zijn geen klanten van de overheden; afrekenen doe je bij de kassa van een bedrijf niet bij de overheid.

    De externe ideologie van het economisch liberalisme onder meer tot uitdrukking komend in hou de overheid in personeelsomvang, qua budget en taken klein verhulde de werkelijkheid. De overheden traden niet echt terug; ze groeiden, werden door allerlei organisatiedifferentiaties binnen ene rondom de overheden ingewikkelder en intervenieerden ruim en intens in het leven van burgers, bedrijven, instellingen, groeperingen in de samenleving, kort “het volk”. Vaak uit eigener beweging maar net zo goed op hun uitnodiging.

    Beeld en werkelijkheid tussen de overheden en het volk zijn enorm uit elkaar gaan lopen evenals heldere lijnen van toedeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen en tussen de overheden en de rechten en plichten van het volk tegenover hun overheden. Volksvertegenwoordigers en bestuurders menen dat zij bij wijze van spreken elke claims van een groepering uit de samenleving moeten honoreren en willen graag scoren. Wat zij onvoldoende beseffen is dat veel kan maar niet alles tegelijkertijd. Maat houden is hen kennelijk vreemd. Ambtelijk tegenwicht, ambtelijke loyaliteit, ethiek, integriteit en professionaliteit komen onder druk te staan door de merkwaardige en funeste opvatting dat volksvertegenwoordigers en bestuurders maar mogen blijven vragen en dat ambtenaren moeten draaien (leveren).

    Het hoeft niet verbazen dat de troebele (werk)verhouding tussen volksvertegenwoordigers, bestuurders en ambtenaren (en de vracht huurlingen die zij meezeulen) niet ten goede komt aan de verwachtingen die “het volk” van de overheden mogen hebben. Een onjuist gelaten en daarmee vals beeld over wat in het vermogen van overheden ligt in relatie tot de rechten de plichten van “het volk” tegenover die overheden leidt uiteindelijk tot teleurgestelde verwachtingen. We hebben het tegenwoordig vaak over de overheidsgezagscrisis of het gebrek aan vertrouwen van “het volk” in overheden maar dat heeft goeddeels te maken met het feit dat overheden niet waarmaken wat ze beloven of dat wat “het volk” (men) van de overheid verwacht niet overeenstemt met het overheidsealisatievemogen en dit niet tijdig en afdoende door de overheden wordt gecorrigeerd.

    De vele verbeteringsvoorstellen (rapporten in de la) blijven meestal steken in symptoombestrijding. Helaas maar waar.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *