\’Wordt het nieuwe pensioenstelsel de zoveelste gebroken belofte van een Rutte-kabinet?\’

Thom Broersen, Henco Ouwendijk en Quinten Pluymaekers, De Volkskrant, 28 september 2022

De rente stijgt, de beurs daalt en de inflatie was nog nooit zo hoog. Zal het nieuwe pensioenstelsel ook functioneren bij die economische omstandigheden? Er is alle reden nog eens uitgebreid naar de ‘Wet toekomst pensioenen’ te kijken.

\"Carola
Carola Schouten, als minister belast met de pensioenen, op het Binnenhof in Den Haag. Beeld: Arie Kievit

Met de Wet toekomst pensioenen wil de regering alle bestaande pensioenen in één keer omzetten: het hele stelsel moet anders, en de pensioenpot van ruim 1.500 miljard euro moet in een korte tijdspanne worden verdeeld tussen miljoenen individuele potjes.

Het is een stelselwijziging van het type waarvoor de Nederlandse overheid een voorkeur lijkt te hebben. Het huidige, wat in ieder geval tot voor kort werd beschouwd als ‘het beste pensioenstelsel ter wereld’, kan met een aantal beperkte aanpassingen ook nog goed in de 21ste eeuw functioneren. Helaas prefereert ons kabinet om een beproefd solidair recept in te ruilen voor een stelsel waarvan we alleen op papier denken te weten dat het goed werkt. 

De hele operatie is met grote juridische onzekerheden omgeven, de wijze van verdeling van de pensioenpot is niet bekend, de rekensystematiek is nog niet klaar en de financiële gevolgen voor de miljoenen deelnemers en gepensioneerden zijn nog onbekend. Dit is informatie die noodzakelijk is om überhaupt tot een afgewogen beslissing en een juridisch houdbare en financieel evenwichtige omschakeling te komen. Desondanks willen de regeringspartijen de pensioenwet nog dit jaar door het parlement loodsen, zonder dat deze informatie bekend is.

De ruimte die er zou moeten zijn voor een zorgvuldige en uitgebreide parlementaire behandeling lijkt ingenomen te worden door een overdaad aan overheidscommunicatie, waarbij eindeloos wordt herhaald dat het nieuwe pensioenstelsel eerlijker, socialer, transparanter en evenwichtiger zal zijn dan het oude. Daarbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat wat goed klinkt, niet noodzakelijk ook goed werkt. En het is bovendien de vraag of de bewezen goede onderdelen van het huidige, solidaire pensioenstelsel wel behouden blijven in het nieuwe pensioenstelsel.

 

Antwoord

Daar komt nog bij dat de voorgestelde pensioenhervorming een antwoord wil bieden op een probleem van tien jaar geleden. De afgelopen tien jaar was er een groot verschil tussen de rekenrente waarmee pensioenfondsen hun toekomstig rendement moeten inschatten en de werkelijke rendementen die pensioenfondsen haalden.

Dit is grotendeels het gevolg van de keuze van de Europese Centrale Bank (ECB) de rentes vanwege politieke redenen kunstmatig laag te houden. Hierdoor was ook de rekenrente laag en konden de pensioenfondsen, ondanks aanzienlijke beleggingsrendementen en een verveelvoudiging van hun pensioenvermogen, de pensioenen niet indexeren.

Het nieuwe pensioenstelsel zou in die omstandigheden, met lage inflatie, lage rentes en goede beleggingsrendementen meer ruimte hebben geboden voor indexatie van de pensioenen dan het huidige stelsel.

Los van het feit of dat ook niet op een andere manier had gekund, is het relevanter of het nieuwe stelsel ook zal functioneren bij de huidige economische omstandigheden. De rente stijgt, de beurs daalt en de inflatie is nog nooit zo hoog geweest als nu. Alle plannen en berekeningen waarop het nieuwe stelsel is gebaseerd, houden met deze omstandigheden niet of nauwelijks rekening.

Er zijn aanwijzingen dat als we het nieuwe stelsel al hadden gehad, dit geleid zou hebben tot substantiële pensioenverlagingen en we geenszins beter af waren geweest.

Lange lijst mislukkingen

Ook voor de regeringspartijen zou dit reden te meer moeten zijn om uitgebreid de tijd te nemen voor de parlementaire behandeling van het nieuwe pensioenstelsel. De lijst met weinig succesvolle stelselwijzigingen is lang, van de invoering van het toeslagenstelsel tot de invoering van box 3. De problemen die hieruit zijn voortgekomen kosten de overheid en de samenleving miljarden en zorgen voor groot maatschappelijk ongenoegen.

Een beslissing over een nog grotere stelselwijziging, die bovendien de inkomenszekerheid van alle huidige en toekomstige gepensioneerden raakt, zou daarom met grote voorzichtigheid en in alle rust moeten worden genomen. Dit zou niet eerder moeten gebeuren dan nadat de precieze verdeelsystematiek bekend is, de juridische onzekerheden afdoende zijn ondervangen en de financiële consequenties voor individuele gepensioneerden zijn doorgerekend.

De enkele belofte van de regering Rutte IV dat – zolang zij haar gang mag gaan – alles transparanter, eerlijker en beter wordt, is daarvoor bij lange na niet voldoende. Dergelijke beloften zijn er door de kabinetten Rutte de afgelopen twaalf jaar te veel gedaan – en gebroken.

Dit opiniestuk verscheen in De Volkskrant op 28 september 2022
OVER DE AUTEURS

Thom BroersenHenco Ouwendijk en Quinten Pluymaekers zijn actief bij De Nieuwe Denktank voor het Politieke Midden, een landelijke burgerbeweging en doen samen onderzoek naar de pensioenhervorming. 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *