De democratie uitvinden vanuit het politieke midden

27 juni 2022 | Lancering De Nieuwe Denktank | Nieuwspoort Den Haag

\"\"Bijdrage uitgesproken door René Cuperus, lid curatorium De Nieuwe Denktank

Hoe staat het er voor met Nederland? Laten we eerlijk zijn: het is voor een deel een kwestie van karakter en temperament hoe je naar de staat van Nederland kijkt: welke toekomsttrend zie je als bedreigend en welke relativeer je weg? Is het glas half vol of half leeg?

Sommige mensen zien overal neergang, crisis, verval, de Apocalyps. Declinisme heet dat fraai in het Frans: ondergangsdenken. Vroeger was alles beter, het wordt alleen maar minder. Alles stort in. 

Andere mensen zien liever vooral de positieve dingen, en hebben een bloedhekel aan gesomber, geklaag en cynisme. Zij wijzen graag op internationale ranglijstjes. Daaruit zou blijken dat het, ondanks al het crisisgezeur, nog altijd uitstekend gaat met Nederland. Zowel historisch gezien als in vergelijking met andere landen. 

Zelf heb ik deze clash van temperamenten (die ook een belangrijke rol speelt in het debat over de zin en onzin van populisme) wel eens proberen te ontregelen door te spreken van een ‘Opstand in het Paradijs’

Natuurlijk is het zo dat Nederland geen corrupt ontwikkelingsland is geworden, en dat er nog heel veel goed gaat en goed geregeld is. En dat grote delen van de bevolking zeer tevreden zijn, vooral over hun eigen leven.  

Maar veel van het politieke wantrouwen en de bezorgdheid gaat niet over het heden, maar over de verwachte toekomst. Nu gaat het allemaal nog wel redelijk, maar wat betekenen de toekomsttrends voor de toekomst van mijn beroep, mijn regio, mijn kinderen, mijn land. 

Veel wantrouwen is toekomstangst of toekomstbezorgdheid. En dat treft men juist aan in die landen waar relatief veel te verliezen valt voor gewone mensen. Het is geen toeval dat de opstand van het populistisch onbehagen zich vooral afspeelt in de eens zo welvarende, gelukkige verzorgingsstaten. Kijk naar Oostenrijk, Vlaanderen, Zweden, Nederland, Frankrijk. Ja zelfs in het hyper-florerende Noorwegen en Zwitserland.  Dat bedoel ik met Opstand in het Paradijs. 

En die opstand blijkt ook nog eens bepaald niet gelijkelijk verdeeld, maar is in onze meritocratische diplomademocratie, waarin grootstedelijke hoogopgeleiden steeds meer de boventoon voeren, een klasse-ding.  

In de Atlas van Afgehaakt Nederland, die ik samen met Josse de Voogd heb gemaakt, komen we opnieuw tot de conclusie dat onbehagen en politiek wantrouwen vooral een zaak is van lager en middelbaar opgeleiden, vaak van buiten de Randstad. Zij voelen zich minder goed gerepresenteerd en gerespecteerd. 

Er is in heel veel landen een opstand van de periferie zichtbaar. Die draait niet alleen om gebrek aan respect en erkenning – soms zelfs minachting – , maar  gaat ook om harde sociaal-economische ongelijkheid of om zware aantasting van het voorzieningenniveau in de regio. Als gevolg van door efficiency gedreven schaalvergroting. Denk aan de Opstand van Zeeland bij de afgeblazen marinierskazerne. 

Steeds meer mensen, zo laten wij in de Atlas van Afgehaakt Nederland zien, hebben het gevoel dat het systeem niet meer of veel minder rechtvaardig voor hen werkt. 

Heel pijnlijk blijkt uit onderzoek bijvoorbeeld dat juist die mensen die veel overheidscontact hebben cynischer tegenover de overheid en de politiek komen te staan. En laten dat nu net vaak de lager en middelbaar opgeleiden zijn die voor sociale regelingen of gezondheidszorg vaker op de overheid zijn aangewezen, dan hoogopgeleiden die de overheid minder op vernederend loket-niveau tegenkomen. Hoogopgeleiden leven veelal langs de overheidsvoorzieningen heen, en houden er daarom doorgaans een te florissant overheidsbeeld op na. 

Angstbeeld Gepolariseerd Amerika

Mijn angstbeeld is Amerika, maar je kunt ook Frankrijk noemen, waar sprake is van een snoeiharde polarisatie tussen establishment en anti-establishment. Van een harde regionale scheiding tussen red states en blue states, tussen bruisende dynamische steden en achtergebleven periferie. 

Met een totaal geïmplodeerd politiek midden, dat vervangen is door een strijd tussen establishment en anti-establishment-krachten die elkaar niet langer als politieke concurrent/tegenstander maar als politieke vijand waarneemt, die met alle middelen uit de macht moet worden gehouden.  En waar jongeren, zoals in Frankrijk, bijna niet meer stemmen. Stemmen dat is meer iets voor babyboomers. 

In Nederland is ook steeds meer een kloof zichtbaar tussen tevredenen en ontevredenen. Een kloof die veel te veel samenvalt met de tegenstelling tussen hoogopgeleiden en middelbaar opgeleiden, en tussen succesvolle steden en minder succesvolle regio’s.  

Vroeger werden die tegenstellingen overbrugd of ten minste gematigd door de grote volkspartijen van christen-democratie en sociaal-democratie. Door het naoorlogs sociaal contract van liberale democratie, verzorgingsstaat en relatief egalitaire middenklasse-samenleving. 

Dat staat nu fors onder druk. 

Voor een gezonde democratie is de samenleving te veel aan het uiteenvallen in een hoogopgeleid establishment tegenover een lageropgeleid non-establishment. De afstand daartussen is veel te groot aan het worden. Contactarmoede en vervreemding die tot kortsluiting en clashes leiden. 

Het establishment combineerde de laatste decennia economisch liberalisme (of neoliberalisme, zo men wil) met cultureel liberalisme, terwijl grote delen van de bevolking juist sociaal-economisch hecht aan de bescherming van de sociale markteconomie en verzorgingsstaat en cultureel meer hecht aan tradities en geleidelijke verandering. Velen voelen zich niet comfortabel bij permanente innovatie en disruptie. Over disruptie gesproken: 

De vorming van een kenniseconomie for academic professionals only, een top-down opgelegd dwangregime van diversiteit en duurzaamheid; slecht begeleide en onbegrensde migratie (er is op zich niets mis met migratie van mensen die positief aan onze samenleving willen bijdragen, maar wel met migratie die zich vijandig verhoudt tot de westerse cultuur. Er is iets heel erg mis met een Iraans-Noorse vluchteling die een homonachtclub in Oslo onder vuur neemt). 

Met dit alles heeft het establishment zich te veel van grote delen van de bevolking vervreemd, en onnodig en riskant de opstand van het populisme over zich afgeroepen.  

Ik was het op dit punt zeer met Pieter Omtzigt eens in zijn interview in de Volkskrant dit weekend: de klassieke positie van de PvdA en de oude KVP – economisch beschermend en sociaal-cultureel iets conservatiever – is in de hedendaagse politiek verlaten, terwijl daar juist nu behoefte aan is, nu we te maken hebben met grote transities en een wereld die in brand staat. 

Het is in die ruimte waarin deze Nieuwe Denktank zich zal bewegen. In het verwaarloosde politieke midden, tussen establishment en non-establishment, tussen elitisme en populisme, tussen beleidstechnocratie en feitenvrije demagogie. 

Nog altijd een goed georganiseerd land?   

Er bestaat positieve en negatieve systeemkritiek. Destructieve en opbouwende. Er gaat veel mis in Nederland. Het lijkt alsof Nederland verleerd is zichzelf goed te besturen. 

Departementen staan met de rug naar de samenleving, zijn soms meer communicatieafdeling voor politici, dan creatieve beleidsmakers met antennes in de samenleving. 

De NCTV en de ongekozen burgemeesters van de veiligheidsregio’s runnen dit land zo’n beetje als permanente crisisorganisatie. 

Nederland is van oudsher nog altijd een tamelijk regenteske ‘bestuurdersdemocratie’, met weinig burgerinvloed en ongekozen bestuurders. Als zo’n bestuurdersdemocratie steeds minder voor elkaar krijgt, gaat deze extra aan gezag verliezen. Er is dan sprake van een crisis van input- en output-legitimiteit. 

Ik dacht altijd dat Nederland een redelijk goed georganiseerd en redelijk rechtvaardig bestuurd land was, maar begin dat gevoel kwijt te raken. 

Zitten de goede mensen wel aan de knoppen? Je zou het COA bijna willen laten vervangen door de evenementenorganisatie van Lowlands of Pinkpop om de logistiek van de asiel-opvang beter te regelen. 

Nederland lijkt de kunst van het regeren en besturen verleerd. Heeft de politiek nog wel het gezag, het morele leiderschap, het mandaat voor zo’n frontale aanval op het platteland, zoals nu wordt uitgevoerd met dat totaal vertechnocratiseerde stikstofbeleid, zonder veel mededogen en empathie. Waar is Mark Rutte? Waar is het besef van gezamenlijk falen? 

Er is wel zoiets gaande als een systeemcrisis. We hebben te maken met een besturingsprobleem en een politiek representatieprobleem. Onze partijdemocratie is geen schim meer van wat ze ooit was, en slaagt er niet meer in de maatschappij met de staat te verbinden. 

Veel beleid komt post-democracy tot stand, vooral Europees en internationaal beleid. Veel politiek is kortademig, naar binnen gekeerd en veel te veel met zichzelf bezig. 

Ik was het dan ook zeer eens met het initiatief van Gert-Jan Segers en Laurens Dassen van ChristenUnie en VOLT, om te komen tot maandelijkse plenaire beleidsdebatten in de Tweede Kamer over grote maatschappelijke thema’s en dilemma’s, en met hun idee voor een uitbreiding van de Tweede kamer. Zij mogen meedoen met onze denktank!

We zullen de democratie opnieuw moeten uitvinden en versterken, juist in een tijd dat de westerse democratieën aangevallen worden door autocratische machten als Rusland en China. 

Aan die heruitvinding van de democratie vanuit het politieke midden wil de Nieuwe Denktank bijdragen. Tussen politiek en samenleving in. Met oog voor de ervaringswereld van mensen als tegenwicht tegenover wereldvreemde technocratie.

René Cuperus, lid curatorium De Nieuwe Denktank